Suïcidepreventie: van wettelijke taak naar lokale aanpak

Sociaal Domein

Sinds 1 januari 2026 is suïcidepreventie een wettelijke taak voor iedere gemeente. De Wet integrale suïcidepreventie zorgt ervoor dat preventie niet langer afhankelijk is van een tijdelijk project, maar een structureel onderdeel wordt van gezondheidsbeleid.

En de opgave is breder dan ze op het eerste gezicht lijkt. Suïcidepreventie speelt zich namelijk niet alleen af binnen de geestelijke gezondheidszorg. Het gebeurt op school, op het werk, bij de huisarts, binnen welzijn, bij de sportvereniging, in de buurt. In de formele én informele netwerken.

Precies daar zit de crux: zes op de tien mensen die overlijden door suïcide, waren niet in beeld bij de specialistische zorg. Ze waren wél bekend bij hun sportclub, hun leraar, hun buurman.

suicidepreventie

Deze opgave kan niet wachten

In Nederland overlijden gemiddeld bijna vijf mensen per dag door suïcide. Dat is het laagste niveau in vijftien jaar, maar er is één cijfer dat juist de verkeerde kant op beweegt: het aantal suïcides onder jonge vrouwen tussen de tien en twintig jaar stijgt.

Ter vergelijking: in 2025 overleden 759 mensen in het verkeer. Aan suïcide overleden dat jaar 1.758 mensen, ruim twee keer zoveel. Verkeersveiligheid staat hoog op de politieke agenda, met coalities, budgetten en jaarlijkse rapportages. Suïcidepreventie kreeg tot voor kort veel minder aandacht, terwijl de impact groter is.

Achter elk van die sterfgevallen zit een netwerk van mensen dat geraakt wordt. Onderzoek van 113 laat zien dat één suïcide gemiddeld 135 mensen direct raakt: partners, ouders, kinderen, vrienden, collega's, klasgenoten. En voor elke suïcide die niet voorkomen kon worden, zijn er veel meer pogingen: gemiddeld 110 per dag.

Wat vraagt de Wet integrale suïcidepreventie van gemeenten?

De Wet integrale suïcidepreventie legt de verantwoordelijkheid voor suïcidepreventie bij zowel het Rijk als gemeenten. Concreet betekent dit dat iedere gemeente suïcidepreventie moet opnemen in het gemeentelijk gezondheidsbeleid, met bijbehorende doelstellingen, acties en resultaten. De uitvoering ligt bij de gemeente zelf.

Wat de wet niet doet, is voorschrijven hóe. Er is geen vast stramienwaar je op wordt afgerekend. Je richt de aanpak in op de lokale situatie: de risico's, de netwerken, de partijen die er al zijn. Dat is enerzijds prettig: geenkeurslijf. Anderzijds betekent het dat je als gemeente aan de slag moet met een vraag waar nog geen pasklaar antwoord voor bestaat.

Wat betekent dat concreet?

Suïcidepreventie is nadrukkelijk geen opdracht voor één beleidsafdeling of één organisatie. Wat vraagt een integrale lokale aanpak dan wel?

  • Zicht op de lokale situatie: risicofactoren, beschermende factoren en groepen met een verhoogd risico.
  • Het verbinden van formele en informele netwerken.
  • Samenwerking tussen onder andere publieke gezondheid, sociaal domein, zorg, onderwijs, werk, sport en samenleving.
  • Investeren in vroegsignalering en handelingsvaardigheid.
  • Het gesprek over suïcidaliteit en mentale gezondheid normaliseren.
  • Aandacht voor naasten en nabestaanden.
  • Ervaringskennis structureel betrekken bij beleid én uitvoering.

Financiering

Om dat mogelijk te maken, ontvangen gemeenten vanaf 2026 gezamenlijk €10 miljoen per jaar, via de algemene uitkering van het gemeentefonds. Niet geoormerkt. Dat is een bewuste keuze, en ook meteen een risico. Omdat het geld niet is vastgezet op suïcidepreventie, vraagt het om een expliciete keuze binnen de gemeente om er middelen voor vrij te maken. Geld dat niet actief wordt geclaimd, verdwijnt makkelijk in de bredere begroting.

Dit artikel legt uit wat de wet van je gemeente vraagt, hoe de landelijke aanpak eruitziet, en waar ervaringsdeskundigheid het verschil kan maken.

Hulp nodig?
Heb je vragen? Neem gerust contact met ons op.

Een landelijk kader om bij aan te sluiten

Gemeenten en betrokken partijen hoeven niet vanaf nul te beginnen. 113 Zelfmoordpreventie ontwikkelde de Landelijke Agenda Suïcidepreventie 2026-2030, "Samen Minder Suïcide", als landelijk kader waarop je lokaal kunt aansluiten.

LifeSpan-model

​De agenda is gebouwd op het LifeSpan-model: een aanpak die verschillende vormen van preventie tegelijk en in samenhang inzet. Gericht op de hele bevolking, op mensen met een verhoogd risico, én op mensen die direct hulp nodig hebben. Het draait niet om één interventie, maar om een netwerk. Een lokaal of regionaal vangnet waarin verschillende partijen elkaar weten te vinden.

Dat netwerk werkt volgens negen strategieën tegelijk:

  • Nazorg na een suïcidepoging.
  • Effectieve behandeling van suïcidaliteit.
  • Versterken van de eerstelijnszorg.
  • Verbeteren van vaardigheden van professionals die als eerste ter plaatse zijn.
  • Bevorderen van mentale gezondheid op school.
  • Trainen van de gemeenschap.
  • Bewustwording vergroten in de samenleving.
  • Verantwoorde (sociale) mediaberichtgeving.
  • Toegang tot middelen beperken.
LifeSpan-model

Vijf programmalijnen

Praktisch vertaalt de landelijke agenda dit naar vijf programmalijnen, aangevuld met kennis en verbinding:

  • Zorg
  • Ter Plekke
  • Jong
  • Praat Maar
  • Regio

Binnen deze laatste programmalijn kunnen gemeenten het verschil maken. De wet en de landelijke agenda geven de richting, maar de vertaling naar de eigen wijken, scholen en verenigingen doen gemeenten zelf.

Vijf uitgangspunten

Door de hele agenda heen lopen vijf uitgangspunten:

  • Mentale gezondheid in het DNA van de samenleving.
  • Samen sterker: netwerken die niemand laten vallen.
  • Praten en luisteren redt levens: van taboe naar gesprek.
  • Meer weten, meer doen: leren in alle vormen.
  • Eén aanpak past niet iedereen.

Ervaringsdeskundigheid op elk niveau

Tot hier ging het over wetten, budgetten en programmalijnen. Het LifeSpan-model zelf noemt daarnaast nog een principe dat door de hele aanpak heen loopt: ervaringsdeskundigheid op elk niveau. Niet als aparte activiteit, maar als perspectief dat overal een rol speelt: van strategie en beleidsvorming tot ontwerp, uitvoering en evaluatie.

Dat sluit aan bij de landelijke agenda zelf. Binnen het programma 'Regio' ligt de nadruk op lokaal en regionaal beleid. Lokale inzet van informele zorg en ervaringskennis wordt daarin expliciet benoemd.

LifeSpan_ED

Wat kan ervaringsdeskundigheid betekenen?

Ervaringskennis is de kennis die ontstaat uit doorleefde ervaring. Aangevuld met scholing en vaardigheden, en bewust ingezet ten behoeve van anderen, wordt die kennis ervaringsdeskundigheid. Dat is een vak.

Zoals een van onze ervaringsdeskundigen het zelf omschrijft: 'Als je met suïcidale gedachten worstelt wil je niet worden afgevinkt. Geen risico-inschatting zijn, geen dossier, geen stap in een protocol. Je wil gezien worden, als mens, door iemand die begrijpt wat er in je omgaat.'

Daar zit het verschil dat ervaringsdeskundigheid maakt. Niet als extra stap, maar als basis in het hele proces: gelijkwaardigheid, herkenning en de leefwereld van de ander als vertrekpunt. Dát is de meerwaarde.

Vanuit die basis zien wij zeven concrete manieren waarin ervaringsdeskundigheid werkt binnen suïcidepreventie:

Beleid ontwikkelen dat aansluit bij de leefwereld

Ervaringsdeskundigen brengen in kaart welke drempels mensen ervaren om hulp te zoeken, en waar bijvoorbeeld taalgebruik of procedures onbedoeld afstand creëren. Ze kijken met een andere blik naar beleid.

Je kunt ervaringskennis inzetten bij analyse, ontwerp, uitvoering én evaluatie van beleid.

Het lokale netwerk versterken

Een sluitend vangnet bestaat uit meer dan professionele zorg. Ervaringsdeskundigen helpen de verbinding te leggen tussen inwoners en formele systemen. Of tussen zorg, sociaal domein en informele ondersteuning. Júist relevant voor mensen die niet vanzelf bij professionele hulp terechtkomen.

Ervaringsdeskundigen kennen die informele netwerken van binnenuit en zien waar de aansluiting met formele zorg nu ontbreekt. Ook in de landelijke agenda komt dit binnen het programma 'Regio' expliciet terug: lokale inzet van informele zorg en ervaringskennis.

Professionals helpen het échte gesprek te voeren

Signalen herkennen is niet genoeg. Een professional moet ook weten wat te zeggen zodra het gesprek daadwerkelijk over de niet-levenswens gaat. Zo kom je tot een echt gesprek in plaats van een risico-inventarisatie. Ervaringskennis leert wat in zo'n gesprek helpt, en wat juist afstand creëert.

Ervaringsdeskundigheid kan bijvoorbeeld worden ingebracht in scholing, reflectie en casuïstiekbesprekingen. Zo kunnen professionals niet alleen beter leren signaleren, maar ook leren hoe zij een open gesprek voeren waarin iemand zich daadwerkelijk gehoord voelt.

Gemeenschap en gatekeepers toerusten

Een docent, sportcoach, vrijwilliger of buur is soms de eerste die merkt dat het niet goed gaat, maar zij weten niet altijd wat te doen.

In het LifeSpan-model is het trainen van de gemeenschap een belangrijk onderdeel van suïcidepreventie. Ervaringsdeskundigen brengen in trainingen het perspectief van degenen om wie het gaat.

Taboe doorbreken

Verhalen uit de eerste hand dragen bij aan herkenning. Ze maken het onderwerp bespreekbaar. Niet als losse getuigenis, maar gericht ingezet om hoop, verbinding en handelingsperspectief te creëren. Ervaringsdeskundigen kunnen een rol spelen bij publieksactiviteiten, onderwijs, bijeenkomsten en bewustwordingsactiviteiten.

Naast mensen en hun naasten staan

Ervaringsdeskundigen kunnen rechtstreeks naast mensen staan die psychisch vastlopen of suïcidale gedachten hebben. Hun kracht zit in gelijkwaardigheid en herkenning. Ze bieden hoop en maken ervaringen bespreekbaar die niet altijd makkelijk te delen zijn.

Deze ondersteuning vervangt geen professionele behandeling of crisiszorg. Wel is ze daarop aanvullend: gericht op herstel, verbinding en het hervinden van perspectief. Ook naasten verdienen een eigen plek. Zij dragen vaak een zware last, en ondersteuning kijkt daarom ook naar wat zij zelf nodig hebben.

Leren en verbeteren

Ervaringsdeskundigheid kan een rol spelen bij monitoring en evaluatie. Bereiken maatregelen de juiste mensen? Voelen inwoners zich gehoord? Zijn routes naar ondersteuning begrijpelijk en toegankelijk? Wat ontbreekt nog?

Cijfers laten zien wát er gebeurt. Ervaringskennis helpt begrijpen waaróm iets wel of niet werkt.

Werken vanuit ervaringsdeskundig perspectief

Wat Markieza kan betekenen is precies wat hierboven staat: meedoen en meedenken vanuit ervaringsdeskundig perspectief. Van beleid tot uitvoering en evaluatie. Dat is hoe wij naar vraagstukken in het sociaal domein kijken, ongeacht het thema.

Meedenken over suïcidepreventie in jouw gemeente of regio?

De Wet integrale suïcidepreventie is al van kracht, maar je hoeft het niet helemaal alleen uit te zoeken. Wil je weten hoe je ervaringsdeskundigheid een plek geeft in je suïcidepreventiebeleid, van beleidsvorming tot uitvoering en evaluatie? Neem contact met ons op, we denken graag met je mee.

noelle

Hulp nodig bij het inzetten van ervaringsdeskundigheid rondom suïcidepreventie in jouw gemeente?

Je wil niet worden afgevinkt. Geen risico-inschatting zijn, geen dossier, geen stap in een protocol. Je wil gezien worden, als mens, door iemand die begrijpt wat er in je omgaat. ​

Onze opdrachten

Onze samenwerkingspartners